Jasper en Laura en De Zoektocht naar de Verloren VOC-Mentaliteit
Vandaag zijn wij voor de laatste keer in een internetcafe om jullie verslag te doen van onze reis, want morgen gaan we naar huis! De afgelopen weken hebben we door Indonesie gereisd, wat zelfs na vier maanden Azie erg overrompelend was. In het grootste moslimland van de wereld hebben we de prachtigste natuur en de mooiste stranden gezien, maar ook de engste autoritten en het vieste eten meegemaakt.
We begonnen onze reis op Sumatra, waar we in de eerste uren na onze aankomst al meteen drie bijna-dood ervaringen hadden. De chauffeur van de minibus die ons van de haven naar de stad Bukittinggi reed, zat er in het begin nog wel fris bij maar na zes uur rijden begon hij een beetje te knikkebollen. Om niet in slaap te vallen draaide hij agressieve housemuziek en trapte hij flink op het gaspedaal. De adrenaline van het racen en bumperkleven op een smalle weg vol kuilen hield hem gelukkig in ieder geval wel wakker.
De afgelopen decennia trok Sumatra veel toeristen, maar om verschillende redenen is hier sinds een paar jaar verandering in gekomen. Dit was ook goed te zien in Bukittinggi, een leuk stadje in de bergen vol lege hotels en lege Westerse cafe's. De Engels docenten van de plaatselijke middelbare school leken er ook geen rekening mee te hebben gehouden dat het aantal toeristen de laatste tijd zo gedaald is. Zij geven hun leerlingen namelijk allemaal de opdracht om native speakers (of willekeurige westerlingen) te interviewen en dit op te nemen met een bandrecordertje. Zo kwam het dat wij niet eens een sateetje konden eten zonder te worden belaagd door hordes Indonesische tieners. Wij zijn de kwaaisten niet, dus hebben we dagelijks zo'n tien interviews gegeven, waarbij we interessante vragen als ‘what do you think about love?', ‘what do you think about culture?' en ‘what do you do with garbage in your country?' mochten beantwoorden. (Wat die laatste vraag betreft: in Indonesie hebben ze een goede oplossing voor afval: ze verbranden het op grote hopen langs de kant van de weg. Hier komen zoveel dampen vanaf dat dit soms tot in Maleisie overlast veroorzaakt.)
Hoe leuk we deze interviews ook vonden, het allerleukste dat we in Bukittinggi hebben gedaan, is de vulkaan Merapi beklimmen. Deze vulkaan is bijna drie kilometer hoog en nog steeds actief, wat goed te ruiken is wanneer je de top bereikt. De tocht naar de top was echt prachtig; 's ochtends vroeg begonnen we in de mistige jungle en na ongeveer vier uur bergopwaarts lopen hield de begroeiing ineens op en hadden we een geweldig uitzicht. Hier werd de klim ook wat spannender, want het was behoorlijk steil en er lagen allemaal losse stenen. Gelukkig gaf onze gids goed advies: ‘be careful, a lot of people die here' waren zijn geruststellende woorden, terwijl hij het snelst van iedereen op zijn teenslippers naar de top klom. Wij bereikten gelukkig heelhuids de rand van de krater.
Na een kleine week in Bukittinggi gingen we naar Lake Maninjau, een meer in de krater van een vulkaan. De enige manier om hier te komen is met de lokale bus en nu hebben wij wel vaker lokale bussen genomen, maar deze was echt onvergelijkbaar. Op geen airco en kapotte stoelen waren we uiteraard voorbereid, maar dit busje was zo klein en vol dat zelfs Laura haar benen niet kwijt kon en haar hoofd aan het plafond stootte wanneer ze rechtop zat. Ondanks de drukte wisten een aantal kroepoekverkopers en een straatmuzikant zich er nog bij te persen, en toen een paar mensen lekker een sigaretje opstaken was het helemaal af. Het was echt geweldig om te zien hoe ze openbaar vervoer in Indonesie regelen en ondanks dit alles en de 44 haarspeldbochten onderweg, hebben wij onze maaginhouden kunnen behouden (dit gold helaas niet voor iedereen in de bus).
Lake Maninjau was adembenemend mooi, zoals hopelijk te zien is op onze foto's (klik hier). Ook hier waren wij zowat de enige toeristen, en dat maakt het uitzicht op zo'n prachtig stil meer tenmidden van bergruggen en rijstterrassen nog mooier. Op weg naar een waterval kwamen we Juney tegen, een Indonesischeman die een beetje Nederlands sprak en een paar maanden in Amsterdam had gewoond. Daar had hij het heel leuk gehad, vertelde hij, maar veel liever woonde hij hier in het kleine pittoreske dorpje langs het water, en verdiende hij zijn geld met landbouw en het rondleiden van een enkele toerist. Ondanks onze voornemens om die dag weer verder te reizen, wist hij ons over te halen nog een dag langer te blijvenen een uur later zaten wij achterop zijn brommertje (en die van zijn collega) waarmee hij rondscheurde tussen de prachtigste heuvels en rijstvelden en de meest lieflijke dorpjes met mooie oude Nederlandse en Indonesische huizen. Hij liet ons de grootste bloem ter wereld zien, die drie dagen per jaar bloeit, enorm stinkt en dan weer wegrot, en daarna een mooie zonsondergang boven het meer. In het donker zijn we vervolgens zo'n 500 meter afgedaald door de dichte jungle naar een houten hutje, waar we de nacht hebben doorgebracht tussen de apen en wilde zwijnen.
Recht uit de jungle reden we de volgende dag naar het vliegveld; drie uur later waren we in Jakarta, op Java, nog steeds riekend naar nachtelijke jungletreks. Het enige vieze kamertje dat we toen nog konden vinden in de backpackersbuurt deelden we met heel veel muggen, dus de volgende dag besloten we dat we onszelf best eens konden verwennen en zijn we naar een chic hotel met zwembad verhuisd. Dat is ook de enige reden dat ons bezoek aan Jakarta niet heel erg was; voor de rest is het een verschrikkelijke stad. De smog is bijna tastbaar, het is moeilijk ergens te komen, en als je ergens aankomt is het erniks aan. Omdat Jakarta, voorheen Batavia, lang de belangrijkste stad was voor de koloniale Nederlanders, verwachtten wij nog iets te kunnen proeven van de VOC-mentaliteit die er heeft geheerst.Wat er echter nog over was van het oude Batavia, was een vervallen wijk met een stinkend kanaal, en veel oude pakhuizen werden nu gebruikt voor afvalopslag en -verbranding. Maar we hebben wel heerlijk gezwommen!
Ook de volgende stop, Bogor, was niet veel soeps. Behalve een aardige botanische tuin met veel bijzondere bomen (gaap) was het net een klein Jakarta. Maar wehebben het welgezellig gemaakt met andere Nederlanders die we ontmoetten tijdens de eerste WK-wedstrijd die Nederland speelde. Na Bogor hebben we per trein in een keer half Java overgestoken naar Yogyakarta, het volgende toeristische hoogtepunt. Deze stad, de 'culturele en intellectuele hoofdstad van Java', is de plek waar je de bekende poppenspellen nog tegenkomt (zie onze photobucket), en waar men de beroemde batikkunst praktiseert. Batik is een manier van stoffen verven en kom je meestal tegen in de vorm van te druk beprinte bruinige overhemden met korte mouwen voor mannen, maar er worden ook hele mooie schilderijen gemaakt op deze manier. Het is dan ook in Yogyakarta dat Jasper zichzelf tot de culturele elite begon te rekenen, na aanschaf van zijn eerste echte kunstwerk.
Niet ver van Yogyakarta ligt de Borobudur, een oude boeddhistische tempel die veel gelijkenissen heeft met de Ankor Wat-tempels in Cambodja. Omdat wij op tempelgebied wel een en ander gewend waren, waren wij niet heel erg onder de indruk (hoewel deze Borobudur zeker niet had misstaan tussen de Angkor-tempels!). De vele schoolkinderen die op dat moment ook de tempel bezochten, waren wel erg onder de indruk van ons. Overal waar we liepen werden we gevraagd met een groep jongeren op de foto te gaan, of werden we gewoon gefotografeerd terwijl we langs liepen. Alsof we supersterren waren! Dit vreemde fenomeen kwamen we trouwens ook al tegen in de dierentuin in Bukittinggi (waar twee ouders een baby naast Jasper neerzetten en dit tafereel een paar minuten gingen filmen) en in het paleis van de sultan in Yogyakarta (waar er letterlijk een rij stond van jongeren die met ons op de foto wilden!).
Onze laatste bestemming op Java was de vulkaan Bromo, een relatief kleine vulkaan die erg populair is onder toeristen vanwege het prachtige uitzicht op het omliggende maan-achtige landschap. Om vier uur ‘s ochtends begon onze tocht door een dorre woestijn van zwart zand, terwijl we achter de bergen de zon zagen opkomen. Het was echt prachtig en ook heel raar om daar te lopen, door een buitenaards mooi landschap met geen enkele ander toerist in de buurt. Toen we de Bromo eenmaal bereikten was het al behoorlijk licht en hadden veel andere toeristen de weg naar de vulkaan met behulp van een jeep ook gevonden. Wij ontkwamen dus niet aan de nodige fotosessies, al balancerend op de rand van de krater.
Ondertussen dachten wij doorgewinterde reizigers te zijn die niet meer opkijken van bijvoorbeeld maniakaal rijgedrag en overvolle bussen. Dit was tot wij de bus uit de bergen terug naar de stad namen. Hoewel er in dit busje plaats was voor 12 mensen en er al 16 inzaten, bleef de chauffeur maar stoppen voor nieuwe passagiers. Deze namen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, plaats op het dak of hielden zich gewoon vast aan een raam of deur terwijl ze buitenboord hingen, dit alles terwijl het oude busje met piepende remmen de steilste hellingen afracete.
Bijna 30 uur later kwamen wij na een schijnbare eeuwigheid in bussen en boten aan op het eiland Lombok. Jasper voelde zich hier natuurlijk meteen thuis, ook al lijkt het daar in geen opzicht op zijn Lombok. Toch zijn we, na een welverdiende overnachting in een bed, meteen doorgegaan naar het eiland Gili Trawangan. We hadden in Thailand en Maleisie al een paar prachige paradijselijke eilanden gezien, maar Gili T overtrof deze allemaal met gemak! Het eiland is zo klein dat je het in een paar uur helemaal rond kan lopen en er is dan ook geen gemotoriseerd verkeer: alles gaat te voet, per fiets of met paard en wagen. Alle bungalows en restaurants bevinden zich aan één kant van het eiland, waardoor je niet ver hoeft te zoeken om een verlaten wit strand met turquoise zee helemaal voor jezelf te vinden. Voor we het wisten was er al een week voorbij gevlogen en was het tijd om naar Bali te gaan, waar Jaspers vader en stiefmoeder voor tien dagen een heel erg mooi huis hadden gehuurd.
Het weekje op Gili T voelde al niet meer als backpacken, maar dit gevoel was helemaal voorbij toen we op Bali waren. Wat een luxe, vergeleken met de viereneenhalve maand ervoor! Er was zelfs een kok aanwezig, die elke dag drie heerlijke maaltijden op tafel zette. Om Jaspers verjaardag te vieren hebben Wim en Berlinda ons getrakteerd op twee dagen duiken.Na een korte uitleg en een lange worsteling om in het duikpakte komen,kwamen we onder water in een totaal andere wereld terecht met prachtig koraal en fluoriserende(bijtende!) vissen.Verder hebben we natuurlijk de voetbalwedstrijden bekeken, in een café met veel Nederlanders en nog meer en nog fanatiekere Indonesiers.
Nu zijn we weer terug in Bangkok, vanwaar we morgen terugvliegen naar Nederland. We hebben een geweldige reis gehad, maar na vijf maanden is het superfijn om weer naar huis te gaan! Tot snel!
Reacties
Reacties
Hee Lau en Jas!
Wat super leuk om jullie belevenissen te lezen. Wat een geweldige reis hebben jullie gemaakt. Ben zelf ook ooit op Gili eiland geweest.. hmm wat een paradijsje.
Goeie reis naar huis en tot snel,
x
He Lau en jas,
ik moet zo lachen om jullie verhalen. Kunnen jullie niet een utrechtste waarbenjij.nu starteen?
oik wil nog veel meer typen maar ik heb nog welgeteld 10 seconden in het internetcafeçduis groetjeessss
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}